Steeds weer hebben mensen met mij over geloofscrises gesproken. Mijn eigen geloof is vanzelfsprekend in de loop der jaren veranderd. Toch heb ik me nooit in een crisisstemming gevoeld. Wat bedoelen mensen als ze over geloofscrises spreken? Dat is niet zo duidelijk als het op het eerste gezicht lijkt, want wat versta jij eigenlijk onder geloof, en wat kenmerkt een crisis?
Het meest voor de hand liggend is misschien dat iemand een onbehagen beschrijft en dit onbehagen verbindt met wat men als geloof definieert. Van een crisissituatie is eigenlijk pas sprake wanneer er een bijna existentiële crisis plaatsvindt die leven en lijf in gevaar brengt. Spreekt men dan, wanneer het minder acuut is, nog van een crisis? Of is het gewoon zo dat de geloofsvoorstellingen die men heeft, botsen met de realiteit? Heeft de realiteit dan een crisis voor de geloofsvoorstellingen veroorzaakt? Hoe draagkrachtig is dit geloof dan?
Geloofsverwachtingen
Wat geloof voor iemand werkelijk is, wordt meestal bepaald door de verwachtingen die men over dit onderwerp heeft. De één ziet geloof als het behoren tot een kerk, een ander is ervan overtuigd dat geloof vooral de eigen beslissing is waarmee men zich tot God wendt en zo de eigen redding „veiliggesteld heeft". Weer een ander ziet geloof als de levensrichting, gedragen door Christus en gericht op Gods doelen. De hier belangrijke vraag is niet wat absoluut waar is, maar wat geloof voor jou betekent, om zo een geloofscrisis te kunnen beschrijven. Waar en waarom vindt de crisis precies plaats?
Om te kunnen uitdrukken wat men bedoelt, ontkomt men er niet aan preciezer te worden. Het helpt niet als men het woord slechts ziet als projectiemogelijkheid voor willekeurige uitdagingen. Bijvoorbeeld wanneer iemand niet weet of hij het examen op school heeft gehaald en daarom in een „geloofscrisis" zit. Of iemand ziet niet hoe hij de volgende huur kan betalen en spreekt dan van een geloofscrisis, omdat het geld niet op de rekening staat.
Beide voorbeelden zeggen mij iets over de verwachtingen die men heeft. Het gaat dan om geloofsvoorstellingen die niet uitkomen. Dan is er misschien alleen een voorstellingscrisis, geen geloofscrisis.
Als iemand zich God bijvoorbeeld voorstelt als een goedaardige oom die wensen vervult, ontstaat er een vermeende geloofscrisis wanneer wensen niet worden vervuld. Nuchter is dat niet. Wanneer mensen echter in alle ernst zeggen dat geloof „iets moet opleveren", namelijk „dit en dat" zou moeten bewerkstelligen, dan is men vervallen tot een welvaartsevangelie, wondergeloof of magisch denken. Met geloof op zich hebben zulke ideeën niets te maken. De God die de Bijbel beschrijft, is geen wensvervuller, geen „geest uit de fles".
Het zijn juist zulke geloofsaannames en voorstellingen die daadwerkelijk tot diepe crises kunnen leiden, wanneer mensen ontdekken dat hun voorstellingen in de realiteit geen stand houden. Dat zou het punt zijn waarop men de theologie die tot de crisis leidt, en de voorstellingen die daaruit worden afgeleid, ter discussie zou moeten stellen.
God is altijd Dezelfde
Er bestaat een wijdverbreide opvatting dat „God altijd Dezelfde is" en daarom „altijd hetzelfde zou moeten handelen". Deze opvatting is een projectie. De Bijbel spreekt nooit op deze manier. Wie de Bijbel met nieuwsgierigheid leest, ziet dat er weliswaar overal over God wordt gesproken, maar dat Hij in de tijd niet altijd hetzelfde verschijnt. Dat wordt Hem ook verweten, wanneer men dingen zegt als: „De God van het Oude Testament is wraakzuchtig" of „de God van het Nieuwe Testament is louter liefde". Beide kloppen niet.
Een ander concludeert dat de Bijbel juist om deze reden tegenstrijdig is. Maar ook dat is een verkeerde interpretatie, omdat men daarmee de geldigheid van de Bijbel verkeerd interpreteert. Men neemt dan bijvoorbeeld aan (een vooronderstelling) dat alles op hetzelfde moment waar zou moeten zijn. De Bijbel zelf zegt dat nergens. Het is dus geen uitspraak van de Bijbel, maar een interpretatie.
Men zou ook kunnen erkennen dat de Bijbel een ontwikkeling beschrijft, waarin God verschillende indrukken overbrengt. Deze indrukken zijn dan afhankelijk van de betreffende context. Dat is geen relativering, maar een eerlijke observatie. Het idee dat God altijd Dezelfde is, is geen algemeen excuus om geen draagkrachtige theologie te ontwikkelen.
Hoe wordt dit in de Bijbel genoemd?
„Jullie zijn mijn getuigen, spreekt Jahwe, en mijn knecht die ik heb uitverkoren: opdat jullie erkennen en mij geloven en inzien dat ik dezelfde ben. Vóór mij is geen God gevormd, en na mij zal er geen zijn."
Jes 43:10
De omschrijving als „God" wordt hier gedefinieerd als „dat ik dezelfde ben. Vóór mij is geen God gevormd, en na mij zal er geen zijn". Dat betekent niet dat God „dus" nu jouw of mijn wensen vervult, iedereen geneest of andere wonderbaarlijke dingen doet. Daar staat hier met geen woord iets over. Wie zulke ideeën afleidt, vindt ze niet in deze tekst. Hij is Dezelfde, omdat Hij uniek is. In die zin was er vóór Hem of na Hem geen God. Let op wat er in de tekst daadwerkelijk staat.
„Wat nu de geestelijke gaven betreft, broeders, wil ik niet dat u onwetend bent. … Er zijn verschillen in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; en er zijn verschillen in bedieningen, en het is dezelfde Heer; en er zijn verschillen in werkingen, maar het is dezelfde God die alles in allen werkt."
1 Kor 12:1-6
Ook in dit gedeelte gaat het er niet om dat God een wensvervuller is, omdat Hij zogenaamd altijd Dezelfde is. Paulus schrijft hier over geestesgaven, zoals die zich manifesteerden in de chaotische gemeenschap in Korinte. Paulus maakt duidelijk dat, hoewel er verschillende gaven zijn, dezelfde God achter al die gaven staat.
Daar komt nu nog bij dat de in de Bijbel geschetste ontwikkeling altijd ook een interpretatie is. Men neemt bijvoorbeeld aan dat alles over hetzelfde spreekt, en dat dit dus de waarheid zou zijn. Men zou echter ook kunnen erkennen dat er in de tekst verschillen zijn, die men weliswaar kan overstemmen, maar niet altijd kan verklaren. Bijvoorbeeld verschillen tussen de eerste twee hoofdstukken van de Bijbel. Zijn er twee scheppingsverhalen? Ze benadrukken heel verschillende thema’s. Is dat een aanvulling (een interpretatie!) of zijn het twee verhalen (ook alle aanwijzingen voor verschillen vormen een aanname!)? Zulke dingen manen tot voorzichtigheid bij een interpretatie, want niemand was erbij.
Realiteitscheck
Wie het gevoel heeft in een crisis te zitten, moet dat gevoel serieus nemen. Er is hier nog een taak die men alleen of met hulp van anderen zou kunnen oppakken.
Het gaat om twee dingen:
- Wat heeft het gevoel van een crisis veroorzaakt?
- Welke verwachtingen hebben dit gevoel mogelijk gemaakt?
De verwachtingen zijn buitengewoon belangrijk. Ze bepalen vaak of en hoe een discrepantie met de realiteit ontstaat. Als geloof eindeloze zekerheid zou moeten bieden en er gebeurt iets onverwachts, kan dat iemand uit balans brengen. Dat is geen crisis, maar de realiteit van deze wereld, waarop een geloofsvoorstelling stukloopt. Wij hebben niets in de hand, beheersen deze wereld niet en wentelen deze wens misschien af op God. Is het Zijn taak om iedereen in veiligheid te wiegen?
Of iemand in een crisis terechtkomt, of juist veerkrachtig blijft, hangt af van het eigen begrip en de eigen houding. Natuurlijk kunnen extreme situaties gevolgen hebben. Een ziekte, het verlies van een geliefde, pesten op de werkplek en nog veel meer kunnen tot een echte crisis leiden. Er zijn existentiële uitdagingen, zowel financieel als persoonlijk. Dat hoort bij onze realiteit. Of we dit als „geloofscrisis" omschrijven, hangt af van onze voorstellingen.
Of iemand in een crisis terechtkomt, of juist veerkrachtig blijft, hangt af van het eigen begrip en de eigen houding.
Natuurlijk bestaan er ook echte geloofscrises, waarin men zich afvraagt wat van het geloof standhoudt. Dat is dan een gerechtvaardigde vraag, maar men kan het evengoed beschouwen als een reactie binnen een reeks voorstellingen. Dan is de crisis een symptoom van een onevenwichtigheid, niet bij God, maar in de eigen verwachtingen.
Streven naar congruentie
Ik wens mij nu dat mijn geloofsvoorstellingen in overeenstemming zijn met de realiteit. Wat ik als mens en als gelovige nastreef, is dit: congruentie in denken, geloven en handelen. Dat is een wens, een richting. Wanneer een van deze dingen door de andere twee in de verdrukking komt, moet ik de verhouding en de functie ervan heroverwegen. Als bijvoorbeeld mijn geloofsvoorstellingen alleen buiten de realiteit kunnen gedijen, hoef ik die voorstellingen weliswaar niet te verwerpen, maar moet ik wel erkennen dat mijn voorstellingen buiten de realiteit staan. Ze zijn daardoor niet onwaar, maar vervullen een andere functie. Welke is dat?
De mens is een complex wezen. Wij kunnen ons dingen voorstellen die buiten de zichtbare realiteit staan. Wij spreken over geest, over liefde, over God, die we allemaal niet kunnen zien. Zelfs in de zichtbare wereld is niet alles zichtbaar. Het gaat er nu niet om zichtbaar tegen onzichtbaar uit te spelen, of geloof tegenover een materialistische wereld te plaatsen. Beide horen bij onze wereld en bij onze beleving. Streven naar congruentie is wat we kunnen proberen. Geloof hoort daarbij, dat wil zeggen: de functie van het geloof, meer dan heel specifieke conclusies en voorstellingen.
Als we crises willen overwinnen, gaat het zeker om het gevoel van onzekerheid. Maar het gaat ook om de realiteit en de geïnternaliseerde voorstellingen over deze wereld, waartoe ook het geloof behoort. Past op dit moment alles niet bij elkaar, dan kan men dat als crisis ervaren. Maar wat als dit gevoel slechts een onevenwichtigheid in de verwachtingen markeert?
Vaker heb ik echter ook gehoord hoe mensen diep onzeker zijn en over een geloofscrisis spreken wanneer hun voorstellingen botsen met de realiteit. Voorstellingen en realiteit passen niet bij elkaar. Dat is een heel andere uitdaging. Daar gaat het om de geïnternaliseerde voorstellingen. De realiteit is de ultieme test voor het gekoesterde geloof.
De realiteit is de ultieme test voor het gekoesterde geloof.
Er zijn hier twee mogelijke manieren om met een uitdaging om te gaan:
- Ogen dicht en doorgaan.
- Ogen open en doorgaan.
Stel je voor dat iets niet werkt zoals je had gehoopt. Hoe ga je daarmee om? Wat is jouw voorkeursmanier? Waarom? Waar liggen jouw hulpbronnen?
Een correctie van de eigen voorstellingen kan veel goeds teweegbrengen. Dat vereist echter dat men de eigen aannames onder de loep neemt. Wil men het eigen perspectief verkennen en ontdekken waar men misschien beter moet kijken, dan kan men het eigen begrip in drie gebieden onderverdelen. Drie dingen horen bij elkaar: wereldbeeld, mensbeeld en godsbeeld. Ze zijn onderling afhankelijk. Wie een van deze dingen opnieuw definieert, verandert daarmee ook de twee andere componenten. Meer hierover op de volgende pagina:
Toetsing van de uitgangspositie
Er is geen standaardrecept voor het overwinnen van crises. Noch „thee drinken en afwachten", noch „gewoon wat meer bidden en God regelt het wel" biedt een succesgarantie. Dat te beseffen is echter niet vanzelfsprekend. We moeten toch bidden, en God reageert toch? Of soms niet? Zwart of wit?
Het probleem met een succesgarantie is dat je die nergens kunt opeisen. Er is geen meldpunt voor onverhoorde gebeden. Meestal gebeuren er twee dingen tegelijk: enerzijds wordt men opgeroepen te bidden, anderzijds zou God verantwoordelijk moeten zijn voor elke werkelijke vervulling. In het ergste geval, en dat gebeurt vaker dan men denkt, wordt mensen voorgehouden dat een niet-vervulling ontstaat door een gebrek aan geloof. In klare taal: of God een gebed vervult, hangt af van jouw inspanning. Bij zulke ideeën worden gebed of geloof een valuta die men God aanbiedt voor een deal. Het is een betaling en een poging om God om te kopen.
Er is geen meldpunt voor onverhoorde gebeden.
Denkt men aan gebed als „methode om God te bewegen", dan moet dat wel jammerlijk mislukken. Hier moet ook worden opgemerkt dat gebed als methode sterk lijkt op magisch denken. Als gebeden en wensen niet worden vervuld, is dat geen reden voor een geloofscrisis, maar wel een duidelijke aansporing om de eigen voorstellingen eens kritisch te bevragen. Wie denkt dat God afhankelijk is van onze gebeden voordat Hij iets kan doen, heeft geen God die deze benaming verdient.
Wie de eigen aannames toetst, omdat hij merkt dat ze in de praktijk niet werken, schept daarmee een unieke kans om de eigen voorstellingen te verbeteren. Wie zelfkritisch toetst, kan er iets bij leren.
Succesvolle christenen
Geloofscrises kunnen ook op een andere manier ontstaan. Ze ontstaan door het schijnbare succes van andere christenen, waardoor men aan zichzelf, aan zijn Godsvertrouwen en aan de juistheid van de eigen voorstellingen begint te twijfelen. Dat kan zelfs door de voorganger gebeuren, wanneer die vanaf de kansel verkondigt welke gebedsverhoringen Jezus of God de afgelopen week allemaal heeft gegeven. Vol trots en vertrouwen wordt gemeld dat er wonderbaarlijke dingen zijn gebeurd.
Meestal zijn dit verhalen uit het dagelijks leven, die net zo goed door projecties kunnen worden verklaard. Want stel je voor dat iemand vertelt dat God „dit of dat" heeft beantwoord: is dat geen interpretatie? Niets verschijnt namelijk met een opgedrukte afzender. Uit niets kan worden afgeleid dat dit Gods werk zou zijn. Het ligt dus aan de mens om het zo te interpreteren. Dat is in principe prima, omdat het de beslissing van een mens is voor zijn eigen begrip. Bepaalt men echter dat dit de enige en zogenaamd juiste manier is om te geloven, dan staat men op dun ijs. Dat wordt niet altijd als voorbeeld voor anderen gepresenteerd. Maar wanneer leiders van de gemeenschap het wel zo laten zien, gebeurt dat met autoriteit. Velen begrijpen dat dan als een norm voor zichzelf, soms met catastrofale gevolgen.
Hier ligt de netelige kant: wie voortdurend zulke dingen interpreteert, jaagt zijn eigen geloof op, dat kennelijk gedragen wordt door succeservaringen. Is dat geloof, of juist een teken van onzekerheid? En als iemand dit als maatstaf voor anderen wil vestigen, is dat manipulatie of het zoeken naar externe bevestiging?
Getuigeniscultuur
Ik heb dit voor mijn eigen ogen zien gebeuren. Er bestaat een christelijke cultuur die leeft van dergelijke „getuigenissen". Ik schrijf dit tussen aanhalingstekens, omdat ik denk dat het eerder projecties van de menselijke geest zijn.
Dankbaarheid behoort echter tot een andere categorie dan succeservaringen, waarin men zogenaamd Gods hand door eigen geloof en gebed heeft bewogen. Het gaat dan om dezelfde ervaringen, maar ze worden verschillend geduid: de ene keer als teken van een succesvol geloof, de andere keer met dankbaarheid.
Wat ik tegelijkertijd ook heb gezien, zijn mensen die dan hoofdschuddend zeggen dat geloof bij hen niet zo werkt. Ze hebben gelijk! Ik heb gezien hoe "succesvolle christenen" anderen onzeker maken, hoe sommige voorgangers, predikers en leraren mensen regelrecht naar crises leiden. Dat is niet grappig. Dat leidt tot een houding waarbij geloof eruit moet zien zoals deze of gene het voorhoudt. Dat doet mij eerder denken aan manipulatie en misleiding.
Bouwstenen voor een gezond geloof
Kan het ook anders? Ja. Er kunnen andere uitgangsposities zijn voor het eigen begrip en voor de geloofsvoorstellingen. Ze worden niet gedefinieerd door speciale effecten. Hier enkele aanwijzingen:
- Dankzegging
„Weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles uw verlangens door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God." (Filip 4:6). „Eerst dank ik mijn God" (Rom 1:8). „Altijd dank ik." (1 Kor 1:4). „Verblijdt u altijd! Bidt zonder ophouden! Dankt in alles! Want dit is de wil van God in Christus Jezus voor u." (1 Tess 5:16-18). - God bouwt op
„En nu, ik beveel u aan God en het woord van Zijn genade; Hij heeft de macht om u op te bouwen." (Hand 20:32) - Genade
„Als u tenminste gehoord hebt van het beheer van de genade van God die mij voor u gegeven is." (Ef 3:2). „Geroepen in Christus’ genade" (Gal 1:6).
Wie zijn leven bouwt op Gods genade en leert om voor alles te danken, komt niet snel meer in een crisis terecht. Genade is de grondslag. Danken is het logische gevolg. Wie dit begrijpt, bouwt zijn leven niet op speciale effecten, bijzondere inzichten of vermeende succeservaringen. Het vereist ook geen vermoeiende projecties van dingen die niet plaatsvinden. Er zijn misschien geen buitengewone wonderen, en men heeft ook geen wondergeloof meer nodig.
Men kan echter vast rekenen op wat daadwerkelijk beloofd is:
„Weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles uw verlangens door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw harten en uw gedachten bewaren, als in een vesting, in Christus Jezus."
Filip 4:6-7
Vrede is het resultaat, en wel de vrede van God, die alle verstand te boven gaat. Die vrede bewaart harten en gedachten. Die zijn veilig, als in een vesting, in Christus Jezus. Geen speciale effecten, geen sms uit de hemel, geen extatische en wonderbaarlijke gebedsverhoringen, maar de vrede van God. Die is ons beloofd, houdt stand en komt na de genade.

Vragen
- Ervaar je op dit moment een geloofscrisis?
- Als dat het geval is, hebben deze overwegingen je geholpen?
- Als genade de grondslag van jouw geloof zou zijn, ontspant dat jouw leven? Waarom (niet)?
- Zoek andere bouwstenen van een draagkrachtig geloof.
- Zoek de woorden „danken", „dankzegging" en dergelijke op in het Nieuwe Testament. Welke geloofshouding ontdek je daarbij?

