Paulus heeft een eigen boodschap en taak. Hij benadrukt dat op verschillende plaatsen. Aangezien dit grotendeels onopgemerkt blijft, is het voor een beter begrip van het Nieuwe Testament nuttig om aandacht te schenken aan zijn eigen uitspraken.

De kunst van het onderscheid maken

Wat Paulus vertelt, is gloednieuw. Dat geldt waarschijnlijk ook vandaag de dag voor veel christenen, want de boodschap van Paulus wordt vaak vrolijk vermengd met andere uitspraken, bijvoorbeeld uit de evangeliën. Het resultaat is een gemengd evangelie. Je kunt je dat misschien zo voorstellen: Een gemengd evangelie is zoiets als een brief die uit andere brieven in elkaar is geknutseld. Dat zou ongeveer hetzelfde zijn als wanneer er meerdere echte brieven zouden zijn, maar iemand op het idee komt om met een schaar verschillende stukken uit de verschillende brieven te knippen om deze tot een nieuwe brief samen te stellen.

Hoe moet men zich dat voorstellen? Concreet spreekt men bijvoorbeeld van het ‘Onze Vader’ en verwijst men naar een gebed uit de Bergrede dat Jezus aan zijn discipelen heeft gegeven. Het wordt tegenwoordig in de meeste kerken regelmatig gebeden, hoewel het thema een koninkrijk is dat destijds voor joden een andere betekenis had dan voor christenen vandaag de dag. Ook wordt gemakkelijk over het hoofd gezien dat dit een gebed voor het kruis is, en daarmee wordt een belangrijke ontwikkeling over het hoofd gezien. Wij leven na het kruis en de opstanding. Met beide wordt in het Onze Vader geen rekening gehouden. Heeft Jezus dit wel aan de hedendaagse gemeente gericht, of is dat slechts een interpretatie?

Men is ertoe gekomen om verschillende delen van het Nieuwe Testament lukraak door elkaar te halen. Dat kon niet zonder gevolgen blijven en leidt er doorgaans toe dat christenen het Nieuwe Testament in zijn geheel beschouwen als ‘onze Schrift’. Alles in het Nieuwe Testament gaat over Jezus, en ‘dus’ gaat alles over ons. Men eigent zich het Nieuwe Testament toe. Deze basisaanname wordt echter over de Bijbel heen geprojecteerd en heeft weinig te maken met de feitelijke verkondiging in het Nieuwe Testament.

Als je kijkt naar de ontwikkeling binnen het Nieuwe Testament, stuit je op concrete aanwijzingen. Jezus beperkte zijn opdracht bijvoorbeeld heel duidelijk tot Israël (Mt 15:24). Paulus bevestigde dit later (Rom. 15:8). Voor de heidenen was er in de tijd van de evangeliën dus geen specifieke boodschap. Kortom: in de tijd van de evangeliën bestond er geen kerk of gemeente zoals wij die vandaag de dag kennen.

De traditionele interpretatie, waarin alles zou moeten verwijzen naar de hedendaagse kerk, is vreemd aan de Bijbel. De tekst zegt iets anders. Dat er nu in deze tijd verschillende soorten bekeerlingen uit de volken opduiken en dat er enkele anekdotes zijn, betekent geenszins dat daarmee de deur voor de volken wijd openstaat. Veeleer spelen daar de mogelijkheden een rol die ook al in de Tenach (het Oude Testament) bestonden.

Paulus over zijn taak

In de brief aan de Efeziërs komt Paulus herhaaldelijk terug op zijn taak, zoals hier, in het derde hoofdstuk. Aan het begin maakt hij een opmerking die klinkt als een retorische vraag: «Ik, Paulus, ben dus de gevangene van Christus Jezusvoor jullie, de heidenen – als jullie tenminste hebben gehoord van het beheer van de genade van God die mij voor jullie is gegeven.» (Ef. 3:1-2). Een paar verzen verder komt hij hier nogmaals op terug:

«Aan mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade geschonken, om aan de volken de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus als evangelie te verkondigen en iedereen te verlichten over de bediening van het mysterie dat sinds eeuwen verborgen was in God, die het heelal heeft geschapen.»
Ef 3,8-9

Paulus richt zich tot de volken. Dat is heel anders dan hoe Jezus in de evangeliën over zijn eigen taak sprak. Het verschil is niet alleen opvallend, maar ook bepalend voor de ontwikkeling in het Nieuwe Testament. Het begint met Israël, maar eindigt niet met Israël. Er begint ook iets nieuws, dat «van alle eeuwen af in God verborgen was».

Paulus beschrijft zijn taak als iets buitengewoons. Dat geldt voor twee aspecten. Enerzijds beschouwt Paulus zichzelf als onbeduidend ( «veruit de minste van alle heiligen»). A Anderzijds geldt het ook voor de volken als iets buitengewoons, omdat het voorheen onbekend en verborgen was, maar daar bekend werd.

Zijn taak bestaat uit twee delen:

  1. de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus als evangelie aan de volken te verkondigen.
  2. iedereen hierover te informeren wat betreft het beheer van het geheim.

1. De taak ‘voor de volkeren’

De verkondiging en het evangelie voor de volken waren een geheim en waren vroeger verborgen. Paulus mocht dit bekendmaken. Het geheim omvat ‘de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus’ (Ef. 3:8) en betrof een nieuwe positie voor de gelovigen uit de volken ‘in de Geest’ (Ef. 3:6). Voor het eerst in de verkondiging werden gelovigen van de gemeente, ongeacht hun afkomst, in de Geest als gelijkwaardig beschouwd, met gelijke geestelijke toegang tot God, de Vader (Ef. 2:18). Deze nieuwe verkondiging werd mogelijk gemaakt door de positie ‘in Christus’ (Ef. 2:13).

Hieruit blijkt dat de uitdrukking ‘in de Geest’ bepalend was voor deze nieuwe ontwikkeling. Tot dan toe waren er, tegen de achtergrond van hun geschiedenis, veel voordelen voor Joden. Paulus spreekt hierover bijvoorbeeld in de brief aan de Filippenzen (Fil. 3:4-6) en meer in het algemeen in de brief aan de Romeinen (Rom. 3:1-2).

2. De opdracht ‘voor iedereen’

Dit staat in contrast met de zojuist genoemde doelgroep ‘volken’. Paulus moest zich niet alleen tot de volken richten. Hij moest ook iedereen verlichten. Dit duidt op een grotere doelgroep, namelijk zowel mensen uit de volken als uit Israël.

Waarschijnlijk is dit geen algemene uitspraak, maar heeft het alleen betrekking op de gemeenten, net zoals de brief aan de Efeziërs een rondschrijven aan gemeenten is. Daarbij kan men natuurlijk denken aan deze twee groepen binnen de gemeente: er waren gelovigen uit Israël en uit andere volken. Willekeurige mensen buiten de gemeente zullen hier waarschijnlijk weinig mee kunnen. Misschien mogen we ook andere gelovigen, zoals die in Jeruzalem met de twaalf apostelen, hiertoe rekenen?

Men zou voorzichtig kunnen concluderen dat Paulus zijn taak ook buiten de gemeente zag. Paulus ging eens naar Jeruzalem om de Twaalf het evangelie uit te leggen dat hij onder de volken verkondigde (Gal. 2:1-2). Ze erkenden elkaars verschillende taken (Gal. 2:7-9). Het is niet zo dat alle apostelen hetzelfde verkondigden. Hoewel Christus voor hen allemaal centraal staat, betekent dat niet automatisch dat dezelfde boodschap wordt verkondigd. Ze hebben verschillende taken, verschillende doelgroepen en voor elke doelgroep een aangepast evangelie. In het eerder geciteerde bijbelgedeelte uit de brief aan de Galaten worden deze evangeliën omschreven als ‘dat van de besnijdenis’ en ‘dat van de onbesnedenheid’. Elke groep had zijn eigen blijde boodschap.

De Twaalf waren actief binnen de joodse gemeenschap en verwachtten een toekomst in het teken van de Messias, in overeenstemming met de beloften aan Israël, terwijl Paulus zich inzette voor de volken en daar de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus verkondigde, die in de Geest tot uitdrukking komt. Een dergelijke boodschap was nog nooit gehoord en strookte ook niet met de ideeën van de profeten. Het was juist deze bijzondere verkondiging die Paulus ertoe bracht zichzelf ‘apostel van de heidenen’ of ‘leraar van de heidenen’ te noemen (Rom. 11:13; 1 Tim. 2:7; 2 Tim. 1:11).

Deze twee gebieden behoren tot de taak van de apostel. Beide gebieden zijn van belang. Het gaat niet alleen om de exclusieve inhoud van deze tijd van genade (Ef. 3:2), maar ook om het begrip van de betekenis ervan. De reikwijdte van elke taak, zoals er al meerdere zijn genoemd, is in overeenstemming met de eigen context. Wat daarbuiten valt, is bestemd voor een andere doelgroep en meestal ook voor een andere tijd. Dit onderscheid werpt licht op elke tijd.

Taak van de gemeente

Nadat Paulus deze zaken voor de gemeente heeft benadrukt, gaat hij verder met een aanvulling:

«… opdat nu, door de geroepen gemeente, de overheden en machten in de hemelse gewesten de veelzijdige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, overeenkomstig het voornemen van de eeuwen, dat Hij in Christus Jezus, onze Heer, heeft gevormd, in wie wij door Zijn geloof vrijmoedigheid hebben en met vertrouwen toegang (tot de Vader, Ef. 2:18).»
Ef. 3:10-12

De opdracht die Paulus aan de hedendaagse gemeente geeft, is gegrondvest op deze rijkdom van Christus en op het mysterie van Christus (Ef. 3:4). Hij beschrijft de roeping waarmee ook wij geroepen zijn. Deze roeping is echter geen doel op zich. Niemand die geroepen wordt, ‘heeft het bereikt’. Het is veeleer het startschot voor een dienst, zoals Paulus het ook hier omschrijft:

«… opdat nu, door de geroepen gemeente, de vorstendommen en overheden in de hemelse gewesten de veelzijdige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden.»
Ef 3:10

Er moet iets door de gemeente bekendgemaakt worden. Waar? Te midden van de hemelse wezens. Wat? De veelzijdige wijsheid van God. Als we dit lezen in het verlengde van de eerdere woorden van de apostel, lijkt hier weerklank te vinden in wat hij beschreef als „en allen daarover te verlichten”. De veelzijdige wijsheid van God zou men ook kunnen omschrijven als veelkleurig, veelzijdig of iets dergelijks. Het is een wijsheid van God die niet op één spoor loopt, maar misschien zelfs op meerdere sporen. Denk bijvoorbeeld aan de sporen ‘Israël’ en ‘volken’.

Geloof in engelen

Deze veelzijdigheid moet onder de hemelse wezens bekend worden gemaakt. Dat moet nu gebeuren. Aangezien wij vandaag als levende mensen op aarde rondlopen en niet op de een of andere manier in hemelse sferen zijn opgenomen, rijst de vraag hoe en wat dat precies inhoudt. Bovendien is onze rijkdom, zoals Paulus eerder uitlegt, van geestelijke aard. Zij is ‘in de Geest’, dus niet per se direct zichtbaar.

Kunnen we door ons leven iets zichtbaar maken? Misschien zouden we het vanuit het perspectief van hemelse wezens moeten bekijken. Dat is de vraag naar wat Paulus in zijn tijd als beeld had. Er zijn echter maar weinig aanwijzingen in het Nieuwe Testament.

Over het algemeen lijkt er een geloof in engelen te hebben geheerst (Hand. 23:9; Hand. 27:23; 1 Kor. 11:10 e.v.). Engelen konden van Satan of uit de hemel komen (2 Kor. 12:7; Gal. 1:8). Engelenverering wordt door Paulus echter strikt afgewezen (Kol. 2:18). Hoewel het overduidelijk is dat velen in hemelse wezens geloofden, staat het evangelie daar altijd in contrast mee. Het lijken verwijzingen te zijn naar de denkwijzen van die tijd, en ze zijn nergens als onderdeel van het evangelie opgenomen.

Verwijzingen naar engelen zijn zo geschreven dat de engelen iets van ons kunnen leren. Dit is een indirecte manier om te waarschuwen voor vrome projecties die eerder afleiden van het evangelie van Gods genade.

«Want ik ben veeleer van mening dat God ons, de laatste apostelen, als ter dood veroordeelden heeft aangemerkt, aangezien wij voor de wereld, voor de hemelse boodschappers en voor de mensen een schouwspel zijn geworden.»
1 Kor. 4:9

«Weten jullie dan niet dat wij de boodschappers zullen oordelen?»
1 Kor. 6:3

En Petrus schrijft:

«[Aan de profeten] werd geopenbaard dat zij dit niet uit eigen beweging deden, maar het via hun bediening aan jullie doorgeven, wat jullie nu is bekendgemaakt door degenen die jullie het evangelie verkondigen door de Heilige Geest , die uit de hemel is gezonden , en waar ook de boodschappers naar verlangen te mogen inzien.»
1 Petr. 1:12

Volgens deze uitspraak van Petrus willen de boodschappers of engelen inzicht krijgen in het evangelie. Wat Paulus aan de heidenen schrijft, vinden we ook terug in het evangelie van de besnijdenis. Het lijkt een tijdelijk verschijnsel te zijn. In de brief aan de Efeziërs schrijft Paulus aan de gemeente dat zij in de komende eeuwen of tijdperken onder de hemelse wezens de genade die zij heeft ervaren zal laten zien (Ef. 2:6-7). Het is een schitterende beschrijving van de kracht van het evangelie, dat alles overstijgt, omdat wij worden erkend als ‘in Christus’, die boven alles staat.

Bestaat er in de Bijbel een ‘leer over engelen’? Nee. Het maakt geen deel uit van de verkondiging, alleen omdat er verwijzingen in voorkomen. Diezelfde verwijzingen kunnen heel goed dienen als aanwijzingen naar algemeen volksgeloof, zorgvuldig aangehaald om de eigenlijke boodschap meer kracht bij te zetten. Dit ontkent niet het bestaan van geestelijke wezens, waarover ook Paulus verslag doet, maar kent er geen aura van bijzondere betekenis aan toe. Noch het evangelie van de genade, waarover Paulus spreekt, noch enig ander evangelie heeft religieuze projecties nodig. Hij waarschuwt hier uitdrukkelijk voor (Kol. 2:18), omdat dergelijke voorstellingen slechts dienen voor de ‘bevrediging van het vlees’ (Kol. 2:23), zoals hij het noemt. Bijzondere leerstellingen en bijzondere vroomheid hebben niets te maken met de genade van God, met geloof, het kruis en de opstanding.

Paulus verlicht iedereen

Het tweede deel van de opdracht van Paulus was om ‘iedereen te verlichten’. Hij breidt dit als het ware uit tot alles wat mensen zich konden voorstellen, inclusief een wereld van onzichtbare machten en krachten. Zie hiervoor ook het einde van het eerste hoofdstuk in de brief aan de Efeziërs. Daar schreef hij dat Gods kracht in Christus werkte toen Hij Hem opwekte en Hem een plaats aan Zijn rechterhand toekende te midden van de hemelse gewesten, hoog boven elk vorstendom en elke macht, elke kracht en heerschappij (Ef. 1:20-23).

Paulus verwijst niet naar engelen, maar haalt ze blijkbaar aan omdat veel mensen in die tijd over engelen nadachten. Telkens weer laat hij echter zien dat Gods werk in Christus belangrijker is. Het is alsof Paulus bij elke serieuze uitspraak een retorische vraag stelt: waarom houd je je bezig met het lage, terwijl je het Allerhoogste is verkondigd?

Paulus had een bijzondere taak. Wist je dat al?

0
0

Tekst en afbeeldingen: Alle teksten en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Als je teksten wilt gebruiken, neem dan eerst contact met me op. Citeren met verwijzing naar de auteur is toegestaan, zoals overal elders, hoewel citaten geen hele teksten mogen zijn. Als je citeert, link dan naar het originele artikel. Afbeeldingen zijn speciaal gelicenseerd voor deze website.

De basistaal van deze website is Duits. Let op: Vertalingen naar het Engels en Nederlands zijn geautomatiseerd en zullen hier en daar wat hobbelig zijn.

Privacy Voorkeur Centrum