Tussen de uiteenzetting over het geheimenis van Christus en het daaropvolgende gebed staat één vers. Hier brengt Paulus zijn voorafgaande uiteenzetting tot een persoonlijk slot, spreekt hij de gemeenschap toe, om vervolgens over te gaan naar een volgend gebed.

Paulus schrijft:

„[Daarom] vraag ik erom niet ontmoedigd te raken door mijn verdrukkingen omwille van jullie, wat jullie tot heerlijkheid strekt."
Ef 3:13

Alles duidelijk?

Hij heeft net uitvoerig beschreven dat de gelovigen uit de niet-Joodse volken in de geest dezelfde positie hebben als de gelovigen uit Israël. Hij spreekt over de gemeenschap die hij gesticht heeft, over het lichaam van Christus. In de eerdere bijdragen van deze serie is uitvoerig gesproken over de twee groepen binnen deze gemeenschap.

Het gaat hier niet om joden of niet-joden in het algemeen, maar om twee groepen binnen de gemeenschappen die (en dat is belangrijk) door de verkondiging van Paulus ontstaan zijn. Het gaat niet om willekeurige joodse of niet-joodse gelovigen, maar specifiek om degenen die door Paulus’ verkondiging zijn geroepen. Zij worden met deze brief aangesproken. Deze twee groepen waren nu op geestelijke wijze gelijkgeschakeld en hadden „in één Geest toegang tot de Vader" (Ef 2:18; Ef 3:12).

De bemoediging

Paulus schrijft hier twee dingen ter afsluiting van zijn betoog:

  1. Ze zouden niet ontmoedigd moeten raken „door mijn verdrukkingen omwille van jullie".
  2. Deze verdrukkingen zouden de toehoorders zelfs tot heerlijkheid moeten strekken.

Waar gaat het hier om? Wie wordt hier bedoeld en waarover spreekt de apostel? Is dit slechts vroom gepraat, of spreekt de apostel over concrete zaken? Waarom zouden de toehoorders niet ontmoedigd moeten zijn, en wat betekent het dat de moeite die Paulus ondervindt de toehoorders zelfs met heerlijkheid begiftigt? Begrijpen we deze woorden nog? Wat stellen we ons daarbij voor?

De toehoorders

De lezers van de brief mogen zich niet laten ontmoedigen. Het zijn de gemeenten waaraan de brief is gericht. Zoals eerder uiteengezet, was dit een brief zonder geadresseerden. Pas later werd de aanduiding ‘in Efeze’ toegevoegd. Deze vermelding staat in de Codex Vaticanus in de marge gekrabbeld. Het maakte geen deel uit van de tekst.

Paulus richt zich niet tot ons, maar tot deze gemeenten, waar de brief door Tychicus wordt bezorgd. Tegenwoordig zouden we een brief gewoon per post versturen. Dat is anoniem. Destijds bracht iemand de brief langs, soms zelfs als persoonlijke boodschapper. Deze boodschapper kon de brief ook toelichten aan de mensen voor wie de brief bestemd was.

Zo was het ook bij deze brief. Tychicus was de boodschapper. Hij kon de brief aanvullen. Daardoor kregen de ontvangers twee bronnen: de brief van Paulus en de informatie van Tychicus, aan wie zij vragen konden stellen (Ef. 6:21-24).

De brief aan de Efeziërs was niet aan één enkele gemeenschap gericht

Paulus' uitdagingen

Paulus kende uitdagingen. Toen Paulus de brief aan de Efeziërs schreef, zat hij gevangen in Rome. Hij kon niet reizen zoals hij dat voordien uitgebreid gewend was te doen. Daardoor kon hij de gemeenschappen die hij kende niet zelf bereiken, behalve door zijn brieven. Voor de gemeenschap van vandaag is dat natuurlijk een gelukkige omstandigheid, want zo werd Paulus’ verkondiging schriftelijk vastgelegd en voor latere generaties bewaard en doorgegeven.

Hij zat gevangen, maar kon zelf een woning huren. Hij kon weliswaar niet naar buiten, maar hij kon wel mensen bij zich uitnodigen. Dat deed hij dan ook uitgebreid (Hand 28:30-31). Hoewel zijn gevangenschap onder Romeins toezicht stond, had Paulus zelf een ander perspectief. In de brief aan de Efeziërs beschrijft hij dat als volgt:

„Daarom ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus voor jullie, die uit de niet-joodse volken zijn!"
Ef 3:1

„Ik spreek jullie dan toe – ik, de gevangene in de Heer!"
Ef 4:1

Paulus zag zichzelf wel als gevangene, maar niet van Rome, maar als „gevangene van Christus Jezus". Bovendien zag hij zichzelf als „gevangene in de Heer". Deze positie is heel anders dan je zou verwachten. Al wordt de openingszin van deze bijdrage hierdoor duidelijker:

„[Daarom] vraag ik erom niet ontmoedigd te raken door mijn verdrukkingen omwille van jullie, wat jullie tot heerlijkheid strekt."
Ef 3:13

De verdrukkingen, zo schrijft de apostel, zijn „omwille van jullie". Dat had hij al aan het begin van het derde hoofdstuk vastgesteld. Hij is een gevangene van Christus Jezus, voor de gelovigen uit de niet-joodse volken. Wat Paulus overkomt, is, naar zijn eigen inschatting in de brief, „omwille van jullie". Zijn gevangenschap moet nuttig zijn. Dat is opmerkelijk.

Niet ontmoedigd raken

Paulus begint dit vers met een bemoediging voor de gemeenschappen. Ze zouden „niet ontmoedigd moeten raken". Hij bedoelt dat niet in het algemeen, maar met betrekking tot hun inschatting van hoe het de apostel vergaat. Ze zouden niet ontmoedigd moeten raken „door mijn verdrukkingen omwille van jullie".

Blijkbaar kan Paulus rekenen op de empathie van zijn toehoorders. Ook al was deze brief niet aan één enkele gemeenschap gericht, toch moet hij als circulaire brief worden begrepen. Misschien ging de brief naar de gemeenschappen waar Paulus het meest naartoe gereisd was. Dat is het toenmalige Klein-Azië, ongeveer het huidige Turkije. Daar was de apostel bekend. Hij had niet alleen onderwezen, maar ook met de mensen geleefd. Het is begrijpelijk dat sommigen verontrust waren over Paulus’ gevangenschap.

Het lijkt bovendien heel waarschijnlijk dat reizigers naar het welzijn van de apostel vroegen. Zo ongeveer kun je het slot van de brief aan de Efeziërs begrijpen, waarin Paulus aangeeft:

„Opdat ook jullie weten hoe het met mij gaat en wat ik doe, zal Tychikus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heer, jullie alles bekendmaken. Ik heb hem juist daarom naar jullie gezonden, opdat jullie weten hoe het met ons staat, en opdat hij jullie harten bemoedige."
Ef 6:21-22

Tegen deze achtergrond reageert de apostel dus met de uitspraak dat ze omwille van hem niet ontmoedigd hoeven te zijn. Het lijkt een uitdrukking van wederzijdse betrokkenheid en oprechte empathie te zijn.

Waarom is deze vaststelling belangrijk? Deze inbedding in de context moet voorkomen dat we elke bemoediging voorbarig voor onszelf opeisen. Paulus schreef namelijk niet rechtstreeks aan ons, maar aan de gemeenschappen in Klein-Azië en elders, en in een andere tijd. Voordat we de tekst uitleggen voor een praktische toepassing op vandaag, moeten we eerst begrijpen waar het Paulus werkelijk om ging.

We kunnen teksten uiteraard op ons eigen leven toepassen. Dat is echter een interpretatie die pas aan het einde komt. Voor een authentieke omgang met de Bijbel gaat het eerst om de tekst, dan om de tekst in context, en pas daarna om een toepassing voor vandaag. Slaan we de eerste twee stappen over, dan ontstaat al snel een willekeurige uitleg, die niets met ons en nog minder met Paulus te maken heeft. Dit te benadrukken lijkt me belangrijk, omdat veel mensen gewend zijn om van vandaag naar toen te redeneren, in plaats van andersom.

Willen we zelf bemoedigd worden, dan is dat begrijpelijk. Willen we de Bijbel daarvoor gebruiken, dan is dat eveneens begrijpelijk. Maar je ervan bewust zijn dat de Bijbel geen commentaar is op ons leven vandaag, maakt een nuttige reflectie mogelijk. Hier ontstaat de vraag op welke manier de Bijbel vandaag spreekt. Daarover nadenken, en je vervolgens ook in overdrachtelijke zin door de Bijbel laten bemoedigen, is een verrijking.

Welke winst zouden de toehoorders moeten hebben?

Het slot van het genoemde vers klinkt voor hedendaagse oren ongewoon. Paulus schreef:

„Daarom vraag ik erom niet ontmoedigd te raken door mijn verdrukkingen omwille van jullie, wat jullie tot heerlijkheid strekt."
Ef 3:13

„Wat jullie tot heerlijkheid strekt." Wat moet dat betekenen, en waarop slaat deze uitspraak? Heerlijkheid is iets bijzonders in de Bijbel. Het woord beschrijft hoe iets geïnterpreteerd wordt. Het heeft met begrip te maken. Het is de mening die iemand of een groep heeft (het Griekse werkwoord dokeo wordt bijvoorbeeld gebruikt in Luc 8:18; Matt 3:9).

Het woord heerlijkheid zelf (Grieks doxa) wordt in hetzelfde hoofdstuk nog in het laatste vers genoemd (Ef 3:21). Het is een bijzonder positieve voorstelling. Je zou het kunnen zien als de belichaming van het geloofsbegrip, volgens hetwelk heerlijkheid of verheerlijking het logische begeleidingsverschijnsel van God en Christus is.

Datzelfde woord wordt hier dus toegepast op de lezerskring. Wat strekt hen dan „tot heerlijkheid"? Uit de context komen twee dingen naar voren: het zijn de uitdagingen van Paulus die hun tot heerlijkheid strekken, of het is hun houding daartegenover. Het meest duidelijk lijken deze woorden van Paulus naar de houding van de lezers te verwijzen. Dat werkt als volgt: als ze niet ontmoedigd raken, dient dat hun tot heerlijkheid.

Het is alsof Paulus zoiets schrijft als: „Laat het hoofd niet hangen, want zo sta je in de volheid van het geloof." Dat is zeker zinvol, zowel tegen de achtergrond van de paulinische boodschap als met het oog op hun betrokkenheid bij het wel en wee van de apostel.

De persoonlijke betrokkenheid

Paulus schrijft geen theologische verhandelingen die zich in ethiek of theorie verlustigen. Hij beschrijft zijn geloof, leeft dat uit en staat in levend contact met andere gelovigen. Geloof wordt (ook) in de gemeenschap geleefd en gevormd. Dat blijkt duidelijk uit dit vers.

Wanneer Paulus de lezers vraagt niet ontmoedigd te raken, neemt hij deel aan hun zorgen. Tegelijk bevrijdt hij hen daarvan, doordat hij zichzelf niet centraal stelt. Ook ons doet het geen goed wanneer we onszelf centraal stellen. Paulus laat echter zien dat zijn „verdrukkingen omwille van jullie" geen zware lijdensgeschiedenissen zijn die hij vroom verdraagt. Ze zouden juist niet ontmoedigd moeten raken, want dat zou hun geloof veel geloofwaardiger maken.

Verdrukkingen omwille van jullie?

Nu blijft nog dit deel van het vers over: de lezers zouden niet ontmoedigd moeten raken door Paulus’ verdrukkingen omwille van hen. Is de nood van Paulus dan soms in het voordeel van de lezers? Twee dingen mogen daarbij opvallen:

  1. De verdrukkingen gaan niet over Paulus, maar over de lezers.
  2. De verdrukkingen worden niet nader genoemd.

Met het eerste punt verlegt Paulus de aandacht van zichzelf naar de lezers. Met het tweede punt wijkt hij uit voor de concrete uitdagingen, door ze niet te noemen. Daardoor krijgen deze uitdagingen niet de betekenis die ze misschien voor Paulus hebben. Paulus noemt wel verdrukkingen, maar spreekt er niet over.

Ter vergelijking: stel je voor dat je een been breekt, een nieuwe medische diagnose krijgt, je baan verliest, of anderszins in een bedreigende situatie terechtkomt. Waarover praat je dan, en met wie? Paulus ziet zichzelf en de uitdagingen niet als middelpunt van het verhaal. Het gaat niet om hem, en ook niet om de situatie. Hij kiest heel bewust voor een ander perspectief.

Dit andere perspectief houdt rechtstreeks verband met zijn taak, en dus ook met deze brief. Zijn taak is niet om over zichzelf te praten; hij heeft de gemeenschap voor ogen. Dat sluit ook aan bij het gebed dat in hetzelfde hoofdstuk volgt.
Dat zijn verdrukkingen die nu „omwille van jullie" zijn. Het is een bewuste manier van kijken. De tekst gaat niet in op details. Moeten we daar toch over nadenken? Dat lijkt weinig zinvol. Misschien is het veel eenvoudiger: wat Paulus ook overkomt, hij ontvangt het uit Gods hand. Zo kan hij ervan uitgaan dat alles voor zijn dienst betekenis heeft. Zo zijn de verdrukkingen „omwille van jullie". Daarbij kun je ook denken aan wat hij in het volgende hoofdstuk schrijft:

„Maar laten we, waarachtig in de liefde, in alles toegroeien naar hem die het hoofd is, Christus."
Ef 4:15

Zonder twijfel leefde de apostel deze houding in het dagelijks leven. Hij is niet onbelangrijk en vraagt elders ook om gebed (Ef 6:18), maar in zijn geloofshouding wil hij waarachtig zijn. Daarom staan niet hij, maar zijn opdracht en zijn visie, en daarmee de lezers, centraal.

Kan dit een bemoediging zijn voor jou en jouw taak?

0
0

Tekst en afbeeldingen: Alle teksten en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Als je teksten wilt gebruiken, neem dan eerst contact met me op. Citeren met verwijzing naar de auteur is toegestaan, zoals overal elders, hoewel citaten geen hele teksten mogen zijn. Als je citeert, link dan naar het originele artikel. Afbeeldingen zijn speciaal gelicenseerd voor deze website.

De basistaal van deze website is Duits. Let op: Vertalingen naar het Engels en Nederlands zijn geautomatiseerd en zullen hier en daar wat hobbelig zijn.

Privacy Voorkeur Centrum