Differentiëring van een thema

Vanuit eenvoudige traditionele voorstellingen kan men tot een waardering van de Bijbel komen. Dit proces is een differentiëring en volgt op een toetsing. Wie de Bijbel hoger inschat dan de traditie, heeft daarmee een handvat om verschillen tussen beide te herkennen. Je kunt de bronnen onderscheiden waaruit bepaalde gedachten voortkomen. Wat lijkt je dan belangrijker?

Heb je een thema eenmaal grofweg afgebakend en voor jezelf verhelderd, dan kun je verder differentiëren. Daarover gaat deze bijdrage. Ze verduidelijkt niet de fundamentele uitspraak dat de hel in de Bijbel ontbreekt, en gaat ook niet alle Schriftplaatsen na waar iets anders wordt geleerd. Ze stelt een vraag ter differentiëring: Spreekt het Oude Testament over een Alverzoening? En wat moet men daarbij bedenken?

Wederzijdse alverzoening in het Nieuwe Testament

Een wederzijdse verzoening van alle dingen lezen we rechtstreeks zo bij Paulus (Kol 1:20). Vergelijkbare uitspraken zijn er meerdere, vaak echter met een ander accent. Zo gaat het bijvoorbeeld om de rechtvaardiging van alle mensen (Rom 5:18), de redding van alle mensen (1 Tim 4:9-11) en de levendmaking van alle mensen (1 Kor 15:22). Ook wordt vermeld dat God ooit alles in allen zal zijn, en niet slechts iets in enkelen (1 Kor 15:28).

Deze uitspraken zijn van Paulus. We bevinden ons in het Nieuwe Testament, en wel chronologisch na de opstanding. Bij deze uitspraken is er niets te misverstaan. Dat ze niet begrepen en blij omarmd worden, hangt vaak samen met heersende hellevoorstellingen. Die lijken met de positieve heilsuitspraken te botsen, en velen geven er de voorkeur aan de hellevoorstellingen zwaarder te laten wegen dan het getuigenis van de Schrift. Maar hoe is het getuigenis in de rest van de Schrift? In het licht van de hel-leer zou men denken dat de hel het eigenlijke probleem van de mensheid is. Als dat zo zou zijn, zou de hel overal door alle Bijbelschrijvers vermeld moeten worden. Dat is echter niet het geval.

Geen helledreigingen in het Oude Testament

In het gehele Oude Testament is er noch een hel, noch zijn er helledreigingen. Ook in het Nieuwe Testament spreekt niemand over een hel. Noch Jezus, noch de apostelen spraken over een hel, ook al gebruiken sommige vertalingen het woord hel nog steeds. In de grondtekst gaat het om andere begrippen, die niets gemeen hebben met traditionele hellevoorstellingen. Dat is opmerkelijk. Maken deze gegevens je onrustig? Op deze website vind je bij alle typische bezwaren eigen bijdragen, als je meer wilt weten.

Vóór en na Jezus vermeldde niemand een hel, zoals de traditie ons ten onrechte voorspiegelt. Gebruik eens een online Bijbel en zoek in verschillende vertalingen naar het woord „hel”. Al snel merk je dat het niet zo eenduidig is als sommigen ons willen doen geloven.

Waarover Jezus spreekt

Jezus sprak over de Gehenna, aansluitend bij uitspraken van de profeten over een messiaans rijk. De twaalf apostelen bleven binnen dit verhaal, en alleen Paulus begon met iets geheel nieuws. Niemand echter spreekt over een hel, of over het feit dat wij daaraan zouden moeten ontsnappen. De verlossing waarover de Bijbel spreekt, is niet een verlossing van een hel, maar van sterfelijkheid en doelmissing (of: zonde).

Iemand heeft de hel er vervolgens ingesmokkeld en daardoor het bijbelse verhaal blijvend vervreemd. Tot vandaag wordt een hel door velen als vanzelfsprekend aangenomen en als „bijbels” verdedigd. Aan ons de taak om deze basisverhalen kritisch te toetsen aan de Bijbel. Daarbij gaat het steeds om de tekst in de eigen context en volgens de grondtekst. Zorgvuldig lezen laat zien wat werkelijk genoemd wordt en wat erbij verzonnen is.

Ontbreekt de hel, zoals je kunt ontdekken, dan stort voor sommigen een geloofsbegrip in dat de ernst van het geloof afleidt uit helledreigingen. De hel was echter nooit onderdeel van de Bijbel. De ongemakkelijke vraag luidt: waarop bouwt men dan zijn aannames?

Het Godsbegrip

Hoe men de Bijbel selectief kan lezen, is goed af te leiden aan het voorbeeld van helledreigingen. Deze ideeën voeden het beeld van een wraakzuchtige God, die vergelding zoekt en ongeloof genadeloos bestraft. Weliswaar is er genade en liefde voor iedereen, maar daarop staat een houdbaarheidsdatum. Is die houdbaarheidsdatum verstreken, dan gelden noch genade noch liefde meer, maar volgt een verschrikkelijk gericht met een gruwelijke afloop. Zo althans de aannames.

Dit is een selectieve waarneming op basis van bepaalde tradities en verre van navolgbaar in de Bijbel. Dat mogen de volgende Bijbelteksten bij wijze van voorbeeld verduidelijken:

„En Jahwe ging voor zijn aangezicht voorbij en riep: Jahwe, Jahwe, God, barmhartig en genadig, langzaam tot toorn en groot van goedertierenheid en waarheid.”
Ex 34:6

„Niemand is als u, Heer, onder de goden, en niets is gelijk aan uw werken. Alle niet-Joodse volken die u gemaakt hebt, zullen komen en zich voor u neerbuigen, Heer, en uw naam verheerlijken. Want groot zijt u en wonderen doet u, u bent God, u alleen.”
Ps 86:8-10

„Barmhartig en genadig is Jahwe, langzaam tot toorn en groot van goedertierenheid;
Hij zal niet voor altijd twisten, en niet eeuwig nadragen.”
Ps 103:8-9

„Maar jij hebt met vele minnaars gehoereerd, en toch zou je tot mij moeten terugkeren, spreekt Jahwe.”
Jer 3:5

„Maar u bent een God van vergeving, genadig en barmhartig, langzaam tot toorn en groot van goedertierenheid.”
Neh 9:17

„Ga, en roep deze woorden uit naar het noorden en zeg: Keer terug, afvallig Israël, spreekt Jahwe; ik zal jullie niet donker aanzien. Want ik ben goedertieren, spreekt Jahwe, ik zal niet eeuwig nadragen.”
Jer 3:12

Er zouden nog veel meer van zulke Bijbelteksten gevonden kunnen worden, want hier spreken mensen over hun Godsbegrip. Hun God zal niet eeuwig nadragen, omdat Hij goedertieren is. Dat is heel anders dan de kern van de hel-leer, volgens welke God onbarmhartig zijn gerechtigheid opeist en eeuwig zal nadragen. Vaker heb ik meegemaakt dat hel-liefhebbers daarna ijverig Bijbelteksten aanvoerden die van liefde en barmhartigheid niets meer leken te weten. Zoiets noemt men selectieve waarneming.

Natuurlijk kan men opwerpen dat deze Bijbelteksten in de context bijvoorbeeld over Israël of over Ninevé spreken. Dat doet echter niets af aan het Godsbegrip van de schrijvers. Overeenkomstig hun begrip reageren zij. Het besef dat zij God als barmhartig erkennen, heeft betekenis.

De context

De schrijvers en de beschreven personen spreken als vanzelfsprekend vanuit hun eigen context. Het kan ook niet anders zijn. De uitspraken zijn hún begrip. Dat hoeft niet mijn of jouw begrip te zijn, maar elke uitspraak heeft zeker een betekenis binnen de eigen geschiedenis.

Dat is precies het punt waarop sommige ideeën van de Schrift afwijken: het gaat niet op elke pagina van de Bijbel over de hele wereld en alle tijden, zoals vandaag vaak wordt geïnterpreteerd. Een uitspraak als: „Je moet in Jezus geloven, anders ga je voor altijd verloren, en dat geldt voor ieder mens tot in de eeuwigheid”, die bestaat niet in de Bijbel.

Men leidt dit af uit enkele Bijbelverzen. De ideeën worden gevormd vanuit bepaalde basisaannames. Het is alsof men eerst een roze bril opzet, om vervolgens te constateren dat de wereld roze lijkt. Dat komt alleen door de bril, niet door de wereld.

Het idee dat een bepaald begrip altijd en overal geldt, wordt ook niet van tafel geveegd door het feit dat Jezus niet leefde in de tijd van het Oude Testament. Als de hel namelijk pas met Jezus verscheen, waarom kwam hij dan? Zou het niet beter zijn geweest, zoals sommigen het hebben verwoord, als de Redder helemaal niet had moeten komen, wanneer de hel pas door hem werkelijkheid werd?

Wie over een hel spreekt, volgt een traditie en interpretatie, niet de Bijbel in haar uitspraken.

Bijbelschrijvers waren geen evangelischen

Noch Mozes, noch Jezus, noch de apostelen of de eerste gemeenschappen waren evangelisch. Zij dachten en geloofden niet zoals veel christenen vandaag. Dat heeft betekenis. Wat we over hen lezen, zijn verhalen en geloofsaannames die weinig te maken hebben met de huidige tijd en actuele geloofsaannames. Ongetwijfeld bedoelt iedereen het goed en ervaart men de eigen aannames misschien als iets vanzelfsprekends. Dat zijn ze echter niet.

De relevante vraag zou kunnen zijn: waarop bouwt mijn Godsbegrip? Is het terug te voeren op een bepaalde interpretatie van het Nieuwe Testament en op een bepaalde traditie, of heb ik het grondig in de Bijbel nagezocht en dienovereenkomstig gedifferentieerd? Is mijn differentiëring en mijn begrip alleen al door mijn oprechtheid onfeilbaar? Begrijp ik wat hier of daar door de schrijvers bedoeld wordt? Of denk ik dat alleen maar? Wie spreekt waar en wat tot wie, waarom en waartoe? Vragen helpen verder.

Wederzijdse alverzoening in het Oude Testament

Leert het Oude Testament een verzoening van alle dingen? Dat was de uitgangsvraag. We zagen al dat de samenhang van groot belang is. Ter vergelijking: je kunt iemand die groenten kookt niet verwijten dat het geen dessert is. De ene keer gaat het om groenten. Een andere keer misschien om een dessert. Ze zijn niet met elkaar te verwisselen. Zo zijn ook de thema’s in het Oude Testament niet te verwisselen met de uitspraken van het Nieuwe Testament. Alles hoort in de eigen context.

Het Oude Testament wijdt zich over grote delen aan het volk Israël. Dat is de uitdrukkelijke context, die we niet zomaar kunnen kapen en voor eigen doeleinden gebruiken. De geschiedenis van het Oude Testament omvat echter ook de rest van de wereld. Het gaat niet alleen om Israël, maar via Israël moesten de niet-joodse volken gezegend worden. Al bij de roeping van Abram lezen we: „In jou zullen alle geslachten der aarde gezegend worden” (Gen 12:3).

Van daaraf wordt de geschiedenis van Israël omringd door soortgelijk klinkende beloften. Israël was belangrijk, maar niet het doel. Israël moest ook een functie vervullen die tot zegen voor alle niet-joodse volken zou leiden. Het bekende zendingsbevel uit Matteüs 28 herhaalt deze ideeën, zoals ze al door de profeten waren uitgebreid.

Een Alverzoening of Wederzijdse alverzoening wordt in het Oude Testament niet rechtstreeks geleerd, maar de richting is duidelijk: gezegend worden, opdat zegen verspreid wordt.

De goedheid van God

Wanneer veel oudtestamentische schrijvers spreken over de goedheid van God en over het feit dat Hij niet eindeloos toornt, is dat een belangrijke constatering. Binnen het kader van het betreffende verhaal en als onderdeel van een voortschrijdend inzicht wordt alleen beschreven wat voor die context van belang is. Iets anders blijft onvermeld.

Men kan herkennen dat de kijk op Israël nooit alleen voor Israël bedoeld was. Alle beloften zouden tot alle niet-Joodse volken worden uitgebreid. Details waren er vaak niet. Het gaat om de richting, om het doel van de belofte.

Het basisverhaal

Men krijgt soms de indruk dat het basisverhaal van de Bijbel er maar één is. Dat klinkt dan zo: „God is altijd dezelfde en Hij handelt altijd gelijk”. Deze aanname en interpretatie wordt versterkt met uitspraken als: „De Bijbel is het onfeilbare Woord van God”. Daarmee worden interpretaties gemaskeerd en als goddelijk verklaard. Zoiets is een verminking van de uitspraken van de Bijbel. Men neemt de Bijbel niet serieus door er ideologische aannames overheen te leggen.

Als resultaat wordt niet zelden een basisverhaal van de Bijbel geleerd dat op twee pijlers rust:

De mens is van nature zondig en heeft redding nodig, anders belandt hij in de hel.
Deze redding komt door een „geloof in Jezus”, waarvoor iedereen in dit leven moet kiezen.

Beide klopt in deze formulering niet. Toch wordt het zo geleerd en zelfs voor alle tijden geldig verklaard. Daarmee miskent men dat de Bijbel enerzijds veel gedifferentieerder spreekt, en anderzijds niet dezelfde zaken formuleert. Men staat hier in traditionele aannames, die door mensen zijn uitgedacht en als „waarheid” over de tekst van de Bijbel heen zijn gelegd.

Basisverhalen zijn belangrijk, omdat ze een zienswijze vereenvoudigen. Geen basisverhaal is echter te verwarren met de uitspraak van de Bijbel. Basisverhalen zijn interpretaties. De Bijbeltekst is gewoon de Bijbeltekst, ook al zou men daarover nog vele vragen kunnen stellen. Als men aanneemt dat de Schriften van de Bijbel door Gods Geest zijn doorademd, zoals Paulus dat tegenover Timoteüs uitdrukt (2 Tim 3:16-17), geldt dat niet voor de interpretaties. Wie dus meent dat geloof zich op de Bijbel zou moeten kunnen beroepen, dient bij basisverhalen en vereenvoudigingen voorzichtigheid te betrachten.

Basisverhalen verleiden er bijvoorbeeld toe om een wederzijdse alverzoening af te wijzen en bewust over positieve uitspraken, ook in het Oude Testament, heen te lezen. Is de hel eenmaal geïnternaliseerd, dan is afscheid nemen van dit verhaal meestal moeilijk. Deze bijdrage wil ervoor sensibiliseren dat tekst in de context hoort en dat het niet overal om hetzelfde basisverhaal gaat. Dat maakt het mogelijk een gedifferentieerdere zienswijze te ontwikkelen. Daardoor wint men vrijheid in denken en vertrouwen in geloof.

Hoe verder?

Hoe kun je deze ideeën nu verder verdiepen? Op deze website zijn er al meerdere themapagina’s met veel bijdragen hierover. Hier enkele voorbeelden:

Het verste vooruitzicht vinden we bij Paulus. Iedereen spreekt overeenkomstig de eigen taak. Dat geldt bijvoorbeeld evenzeer voor Mozes, Jesaja, Jezus, Petrus en Paulus. Niet overal gaat het om dezelfde accenten. Paulus spreekt tot alle mensen en vertelt hoe God met allen tot zijn doel komt. Dat hoort bij zijn taak, dat te zeggen. In het Oude Testament komt dat niet zo duidelijk voor, omdat het daar niet tot de taak behoort. De focus lag daar ergens anders.

Wanneer alles van God afhankelijk is

Niet overal vind je dezelfde uitspraken. Een verzoening van alle dingen wordt in de Bijbel vermeld, maar is geen thema in de meeste boeken van de Schrift, omdat de focus daar anders ligt. De verwezenlijking van het heil in de Bijbel is altijd van God afhankelijk, niet van de mens. Dat botst met de hel-leer, waar de redding uiteindelijk van de mens afhankelijk is (in de zin van: „God denkt, maar de mens stuurt”).

Wederzijdse alverzoening of Alverzoening bouwt op het inzicht dat alles uiteindelijk afhankelijk is van God en Zijn genade, niet van de mens. Deze verwezenlijking is ook al in het Oude Testament terug te vinden.

0
0

Tekst en afbeeldingen: Alle teksten en afbeeldingen zijn auteursrechtelijk beschermd. Als je teksten wilt gebruiken, neem dan eerst contact met me op. Citeren met verwijzing naar de auteur is toegestaan, zoals overal elders, hoewel citaten geen hele teksten mogen zijn. Als je citeert, link dan naar het originele artikel. Afbeeldingen zijn speciaal gelicenseerd voor deze website.

De basistaal van deze website is Duits. Let op: Vertalingen naar het Engels en Nederlands zijn geautomatiseerd en zullen hier en daar wat hobbelig zijn.

Privacy Voorkeur Centrum