«Een beeld zegt meer dan 1000 woorden.» In dit gezegde zit iets vervat waarvan we ons in het dagelijks leven niet altijd bewust zijn: we spreken vaak in beelden. Beelden, symbolen en verhalen verklaren waarden en realiteiten zonder veel woorden. Taal kan dat. We kunnen het en doen het dagelijks. De Bijbel staat er vol mee.
Gebruik beeldtaal
Beeldtaal legt dingen uit zonder veel woorden. Daar kunnen we gebruik van maken. Daar komen we zo op terug. Maar eerst gaat het erom te beseffen hoe vaak we zelf beelden gebruiken. Zo kunnen we over onszelf praten en over wat een ervaring met ons doet. De ervaring van vorige week was misschien ‘hemels’ of ‘om te kotsen’. Zo zou je tegengestelde ervaringen kunnen omschrijven. Dat is eenvoudig, pakkend en duidelijk. Of het nu positief of negatief is: beeldtaal vat treffend samen wat ons opviel.
Als we ons onderscheiden, kijken we niet meer alleen naar onszelf, maar ook verder. We kunnen in steeds grotere cirkels naar buiten kijken. Dan komen bijvoorbeeld onze relaties of ons werk erbij. Dat zijn essentiële onderdelen van ons leven. Ze beïnvloeden ons en wij beïnvloeden hen. Er is sprake van een wisselwerking.
Als we deze cirkels nog verder uitbreiden, kunnen we het hebben over leefruimtes en geloofsruimtes. Deze ‘ruimtes’ zijn slechts beeldspraak voor de contexten waarin we leven of zouden kunnen leven. Het gaat om context. Je denkt bijvoorbeeld aan het dorp of de stad waar je woont, de kerk waar je naartoe gaat, de gemeenschap waarvan je deel uitmaakt.
Om deze verbanden te beschrijven, zou men beeldtaal kunnen gebruiken. Aan de hand van beeldtaal kan men nadenken over de situatie waarin men zich bevindt, of van gedachten wisselen over welke eigenschappen een toekomstige context zou moeten hebben.
De omgeving waarin we leven
De genoemde leefomgevingen of geloofswerelden zouden ook kunnen worden omschreven als biotopen waarin we leven. In het beste geval is het de omgeving waarin ons leven zich op een positieve manier ontvouwt. Dergelijke beelden helpen mij. Ze creëren wat afstand en vereenvoudigen de complexiteit van onze werkelijkheid. Beeldende taal maakt een meer neutrale, maar toch concrete benadering mogelijk.
De begrippen ‘levensruimte’ of ‘geloofsruimte’ helpen ons om ons eigen leven of ons eigen geloof te zien als onderdeel van een grotere ruimte. Daarbij gaat het niet alleen om mijn leven of mijn geloof, maar ook om de context waarin we ons bewegen.
Elke geloofsgemeenschap is een eigen biotoop. Verschillende kerken of gemeenschappen hebben voor deze of gene vorm gekozen en hun eigen biotoop verder ontwikkeld. Het beeld van een biotoop blijft goed hangen, omdat het ons in staat stelt na te denken over onze eigen cultuur. Is het daadwerkelijk een gezond biotoop? Of, om het beeldend te zeggen: is er in deze vijver voldoende zuurstof om te leven?
Het gaat er niet om een geloofsgemeenschap te reduceren tot een visvijver, maar om te bepalen of het biotoop geschikt is voor de bewoners (of: voor mij).
Leefruimte en geloofsruimte
Als we het hebben over een leefwereld of een geloofswereld, is dat beeldspraak. Door uit te gaan van beeldspraak krijg je vaak wat afstand en kun je indrukken begrijpelijker beschrijven.
Hier volgen enkele vragen:
- Zeggen woorden als ‘leefruimte’ of ‘geloofsruimte’ je iets? Waarom (niet)?
- Is een leefruimte hetzelfde als een geloofsruimte? Wat denk jij?
- Waarom zou een leefgebied (biotoop) belangrijk zijn?
- Waarom zou een geloofsruimte (biotoop) belangrijk zijn?
- Ken ik andere ruimtes, gemeenschappen, situaties? Welke? Wat was daar goed?
- Als ik op een neutrale manier zou kunnen beschrijven wat voor soort biotoop ik zoek, hoe zou dat er dan uitzien? Beschrijf het eens.
Als je deze vragen in een groep stelt, zul je merken dat iedereen er een ander beeld van heeft. Over de verschillende indrukken kan worden gediscussieerd. Welke inzichten levert dat op?
Andere beeldtalen
Het hoeft niet altijd om een leefomgeving te gaan. We kunnen een gemeenschap of onze eigen weg ook met andere beelden illustreren. Hier volgen enkele voorbeelden waarmee je jezelf en de gemeenschap kunt beoordelen:
Persoonlijk
- Schrijf je eigen overlijdensbericht. Wat vond je belangrijk?
- Stel je voor dat je een vis in een vijver bent. Hoe gaat het daar met je? Ontbreekt er iets?
Gemeenschap
- Je maakt deel uit van een reisgezelschap. Hoe reizen jullie? Wat is jouw taak?
- Waar gaat de reis naartoe? Was dat jouw keuze? Ontbreekt er nog iets?
In overeenstemming met je overtuigingen leven en handelen
Een biotoop staat voor het leven en bloeien op één plek. Persoonlijk beschouw ik mijn leven en mijn geloof als één geheel. Ik maak daar geen onderscheid tussen. In mijn opvatting is het leven heilig, en geloof hoort daar bij. Ik wil in overeenstemming met mijn overtuigingen leven en handelen.
Mijn ervaring was vaak anders. Leven en geloof gingen vaak niet samen. De gemeenschap sloot vaak niet aan bij het leven, maar probeerde de samenhang alleen maar van bovenaf op te leggen. Men moest dit en dat geloven en dat zou dan de waarheid en de werkelijkheid zijn. Het is in wezen een ideologische benadering. De aanspraak op absolute waarheid verspert de weg naar een levend geloof. Sommige eisen en opvattingen kon ik daarom niet altijd als levensvatbaar beschouwen.
De aanspraak op de absolute waarheid staat een levend geloof in de weg.
Het werd belangrijk om naar samenhang te streven. Wat heb ik aan een geloof dat niets bijdraagt aan mijn dagelijks leven? Ik heb ruimte nodig om te leven, en net zo goed ruimte om te geloven. Idealiter stel ik me voor dat deze ruimtes elkaar overlappen.
Als God deze wereld liefheeft (Joh. 3:16), dan houdt God niet alleen van de gelovigen binnen een bepaalde gemeenschap, maar houdt Hij van de wereld, met alle gemeenschappen die daarin voorkomen. Dat is blijvend en alomvattend. Dat is congruentie. Op dezelfde manier wil ik zelf die congruentie bewaren door bewust voor mijn eigen visie en identiteit te kiezen, maar daarnaast ook lief te hebben zoals God de wereld liefheeft.
Eigen verantwoordelijkheid en groei
Leven en geloof bloeien niet in stilstand, maar in ontwikkeling. Wie leeft, ontwikkelt zich. Volwassen worden, zowel in het leven als in het geloof, is een natuurlijk en noodzakelijk proces. Om als jongere volwassen te worden, slaat men op een dag zijn eigen weg in. Men verlaat het ouderlijk huis, misschien zelfs de omgeving van de ouders, en begint verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen handelen en welzijn.
Verantwoordelijkheid nemen is belangrijk, zowel in het leven als in het geloof. Zelfstandigheid verwerven zou het normale zijn. Anders mogen denken dan de omgeving is zoiets als een minimale eis voor elke gezonde gemeenschap. Mijn ervaring is dat deze minimale eis in menig gemeenschap ontbreekt. Je mag je wel verdiepen in de overtuigingen van de gemeenschap. Het wordt echter kritiek wanneer je dingen anders begint te zien. Daar begint echter de eigen verantwoordelijkheid, waarmee je eigen groei wordt gestimuleerd.
Beschrijving van een habitat
Het maakt wel degelijk uit wat we geloven en hoe we leven. Hier volgen enkele vragen om je er bewust van te worden. Stel je een gemeenschapsruimte voor, als symbool van een geloofsgemeenschap.
- Beschrijf een leefomgeving waarin je je op je gemak voelt
- Hoeveel ruimte heb je in deze ruimte nodig en waarom?
- Zijn er deuren en ramen en staan die open?
- Is er een dak en zo ja, hoe hoog is de ruimte?
- Mag ik even naar buiten lopen en weer naar binnen komen?
- Moeten er nog mensen bij deze ruimte komen?
- Zouden er in deze ruimte gesprekken en discussies moeten plaatsvinden? Hoe zou dat moeten aanvoelen?
- Welke kleuren hebben de muren van deze kamer?
- Is het een permanent gebouw of een tijdelijke woning?
- Wat zie je door ramen en deuren als je naar buiten kijkt?
- Mag je met voorbijgangers praten?
- Kunnen mensen voor een kort bezoek door de ruimte lopen?
- Wat mis je nog bij deze vragen?
Op het moment dat je je vertrouwde omgeving als een biotoop beschouwt, kun je zien of die jouw leven of je geloofsleven bevordert. In welke biotoop wil je leven?

