Niet weinig mensen kijken vol ontzag op naar theologen. Daarmee bevestigen ze een systeem dat draait om afbakening en waarin mensen bepaalde rollen toegewezen krijgen. Er zijn de ‘professionals’ en de ‘leken’. Deze structuur en indeling werd ooit om goede redenen ingevoerd. Misschien had deze structuur destijds echter meer waarde dan vandaag en is er behoefte aan een heroriëntatie.
Theologen hoeven niet te geloven. Gelovigen hoeven zich niet met theologie bezig te houden. Wat voor mij vanzelfsprekend is, geldt niet overal. Er zijn gelovigen die vinden dat theologen de betere gelovigen zijn. Niet weinig theologen of bijbeldocenten menen dat zij een bepaalde positie innemen die boven die van de overige gelovigen staat. Dat geldt natuurlijk niet voor iedereen, maar sommigen vervullen hun rol met toewijding en hebben een zelfbeeld opgebouwd dat meer verband houdt met deze rol en positie dan met geloofsovertuigingen. Dat kan problematisch worden.
Professionalisering van het geloof
Geloof kan alleen persoonlijk zijn. Geloof heeft helemaal niets met een beroep te maken. Er waren tijden waarin het beroep van ‘predikant’ werd aangeprezen alsof het financieel aantrekkelijk was. Wie geld wilde verdienen, moest predikant worden. Bovendien zag ik predikanten die graag de zekerheid wilden van een vast inkomen, een 13e maand en vaste vakantietijden. Gewoon een baan dus. Dat is noch goed, noch slecht, maar het getuigt van een bepaalde instelling en – zoals ik merkte – ook van een bepaalde verwachting.
Om welke redenen dit ook is opgezet, zijn er verschillende redenen om kritische vragen te stellen. En om maar meteen met de deur in huis te vallen: deze structuur heeft niets met geloof te maken. Dat betekent niet dat een structuur of institutionalisering verkeerd zou zijn. Elke gemeenschap zal na verloop van tijd worden georganiseerd en geïnstitutionaliseerd. Zo werkt het nu eenmaal in deze wereld. Je kunt de structuur zien als een neutrale basis voor gemeenschap. Het wordt problematisch wanneer deze structuur een eigen leven gaat leiden. Dan wordt het de kerk of de instelling van de vrije kerk, die staat voor bepaalde standpunten, waarin verwachtingen gelden en de functies van de instelling een hoge prioriteit krijgen.
Institutionalisering en alles wat daarmee samenhangt, bevinden zich altijd in een spanningsveld – als men de bijbelse verhalen volgt. Paulus zegt bijvoorbeeld over de samenstelling van de gemeente:
«Kijk toch eens naar jullie roeping, broeders; er zijn niet veel wijzen naar het vlees, niet veel machtigen, niet veel vooraanstaanden; maar het dwaze van de wereld kiest God, opdat Hij de wijzen te schande zou maken; en het zwakke van de wereld kiest God, opdat Hij het sterke te schande zou maken. God kiest het onedele van de wereld en het door haar verachte, ja, datgene wat bij haar niets geldt, om datgene wat bij haar iets geldt teniet te doen, opdat geen enkel vlees zich voor de ogen van God zou kunnen beroemen.»
1 Kor. 1:26-29
Met dergelijke uitspraken worden noch wijsheid, noch rijkdom, noch hoge posities, noch kracht afgekeurd. Het is geen voordeel om in deze wereld zwak te zijn. Integendeel: het is een voordeel om veel geld te hebben, een bepaalde status te bereiken en daarop voort te bouwen.
Waar het hier om gaat: er wordt slechts een contrast benadrukt. In de gemeente, in tegenstelling tot de ‘wereld’, gaat het er anders aan toe. Dat is geen afwijzing van rijkdom en macht. Beide blijven erkend. Beide hebben in de gemeente echter niet dezelfde betekenis als in onze samenleving. In de gemeente werken sommige dingen anders dan in de ‘wereld’ buiten de gemeenschap. Daarom is er een contrast, waar Paulus hier op wijst. Het is echter geen afwijzing van wijsheid, rijkdom en andere zaken, noch is het een afwijzing van instellingen. Want: de huidige structuur dient een doel. Daarmee is de structuur niet onaantastbaar, maar diende zij een doel. Is dat vandaag de dag nog steeds van toepassing en op welke manier?
Enkele voorbeelden: Paulus was bijvoorbeeld een opgeleide rabbijn, onderwezen door Gamaliël (Hand. 5:34; Hand. 22:3), de kleinzoon van de beroemde Hillel de Oudere. Hij was theoloog en had zich ook wijsheid eigen gemaakt. Bovendien stamde hij uit een vooraanstaande joodse familie. Hij besefte dat zijn afkomst en opleiding hem veel voordelen konden opleveren, maar hij heeft dat alles bewust terzijde geschoven in het licht van zijn geloof en vertrouwen (Fil. 3:3-21). Ook Abram (later: Abraham) was zeer welgesteld (Gen. 13:2). Rijkdom heeft hem er niet van weerhouden om de „vader van alle gelovigen” te worden (Rom. 4:16), namelijk zowel van de besnedenen als van de onbesnedenen. Abraham was niet eens een Jood of een christen. Zijn betekenis kwam niet voort uit zijn afkomst, maar uit wat hij deed.
Wat ik hiermee wil zeggen: de professionalisering van het geloof heeft voordelen, maar die liggen niet in rijkdom en macht. Wie zich daarop richt, bouwt slechts een instelling en eigen doelen op, maar niet de gemeenschap. Wat ik verder wil zeggen: De huidige professionalisering en het onderscheid tussen ‘predikanten en leken’ vereisen een grote, betalende onderklasse, waarvan de bovenklasse profiteert. We zien met eigen ogen hoe de kerken uiteenvallen en dat dit systeem geen toekomst heeft. De vraag is daarom hoe het verder moet gaan.
Kerk 2.0
Deze vraag is niet nieuw en wordt ook niet voor het eerst op deze website gesteld. We bevinden ons midden in een periode van ingrijpende veranderingen. Hierover nadenken is voor mij en voor vele anderen belangrijk, omdat geloof zich pas ten volle kan ontplooien binnen een gemeenschap. We leren van en geloven in elkaar, met elkaar en niet zelden ook voor elkaar.
In dit artikel ga ik in op geloofsgemeenschappen van de toekomst en hoe de theologie daarin een ondersteunende en vormende rol kan spelen. Ik wil jullie aanmoedigen om hierover na te denken. De professionalisering van het geloof tot nu toe heeft een situatie gecreëerd die in de westerse wereld waarschijnlijk binnenkort nauwelijks nog houdbaar is. Inhoudelijk is deze situatie niet langer houdbaar (wat blijkt uit het aantal uittredingen uit de kerk) en financieel zal ze waarschijnlijk ook binnenkort niet meer houdbaar zijn (zoals op brede schaal wordt ingezien en op veel plaatsen al het geval is). Iedereen die probeert de oude structuren nieuw leven in te blazen, heeft naar mijn mening al verloren.
De ‘oude’ vorm van de kerk lijkt een uitlopend model te zijn. De huidige vorm heb ik elders al ‘Kerk 1.0’ genoemd. Ik twijfel er niet aan dat mensen blijven geloven en uit de Bijbel willen blijven leren. De structuur daarvoor is echter aan het veranderen. We zijn op weg naar een nieuwe situatie, die we ‘Kerk 2.0’ kunnen noemen. Voor deze nieuwe structuur gelden andere verbanden en afhankelijkheden.
Ik vermoed dat de huidige indeling in professionals en leken op een andere basis zal moeten worden gebaseerd. Misschien wordt deze minder hiërarchisch, misschien zullen er ook andere financieringsmodellen moeten komen en – net als vroeger – zullen de professionals binnen de geloofsgemeenschap naast hun geloofswerk ook een heel gewone baan uitoefenen om in hun levensonderhoud te voorzien.
Wat betreft de structuur van de kerk 1.0 zal het volgende gebeuren:
- Er zullen nog steeds mensen weglopen (de klanten lopen weg)
- Er zal minder geld beschikbaar zijn (met gevolgen voor diensten, gemeenschappen en taken)
- Gemeenten zullen uit financiële noodzaak moeten fuseren
- Pastoors en predikanten zullen grotere gemeenten moeten bedienen
- Pastoors en predikanten zullen op zondag vaak meerdere keren moeten preken, op verschillende locaties
- De prestatiedruk voor professionals neemt toe
- Het gevaar bestaat dat in uitgedunde, grotere gebieden nog maar weinig functies en rituelen worden ondersteund, terwijl de gemeenschap en de geloofsontwikkeling daarbij in het gedrang komen.
Kortom: op de lange termijn is dit geen oplossing. Om het beeldend uit te drukken: de ooit bloeiende dorpswinkel wordt geleidelijk gesloten en vervangen door verkoopautomaten met een beperkt assortiment.
Deze ontwikkeling is niets anders dan wat er dagelijks in de economie gebeurt. Het zijn mechanismen die voortkomen uit de dwang van financiële afhankelijkheden. Een Kerk 2.0 moet zich kunnen bevrijden van deze financiële afhankelijkheden en oude denkpatronen om nieuwe vormen te kunnen bedenken.
Voordat je nieuwe dingen kunt begrijpen en tot je kunt nemen, moet je vaak het oude loslaten. Als je tegenwoordig actief bent in een kerk of een vrije gemeente, kun je dit eens als gedachte-oefening proberen. Ongeveer zo: stel je voor dat er in de gemeenschap alleen gelovigen zijn, geen theologen, en dat er geen salarissen of andere zaken hoeven te worden gefinancierd. Het enige dat telt, is het gezamenlijke geloof, het gezamenlijke vertrouwen in God en de wens om daaruit een nieuwe gemeenschap te ontwikkelen.
Dit is het cruciale punt: voor een dergelijke nieuwe benadering hoeft de bekende structuur niet als oplossing te dienen. Juist de huidige structuur moet men zo lang mogelijk buiten beschouwing laten. Dit moet men niet doen omdat de structuur op zich verkeerd zou zijn, maar omdat de huidige problemen voor deze structuur zijn ontstaan in een veranderde omgeving. Als men in de eerste plaats zou kunnen uitgaan van behoeften, van daadwerkelijk gewenste gemeenschapsvormen, in plaats van traditionele ideeën, kan men beginnen met nieuw te denken.
Hoe zou dat eruit kunnen zien? Je beseft dat de Bijbel een functie heeft, dat iedereen door Christus geroepen is, en dat dit logischerwijs tot uiting moet komen in het leven. Wat betekent dat? Vervolgens kun je je afvragen welke gaven en visies je zelf hebt, en wat de gemeenschap nodig heeft. Men kan hierover samen brainstormen, zodat men tot de heel eigen visie van de gemeente komt. Het helpt om dergelijke ideeën te formuleren, zodat er geleidelijk een nieuw beeld ontstaat.
Misschien zal blijken dat het niet zo eenvoudig is om in nieuwe banen te denken. De aantrekkingskracht van oude gedachten zal groot zijn. Hoe kan een terugval naar ‘Kerk 1.0’ worden voorkomen en welke middelen zijn er nodig voor een moedige verdere ontwikkeling?
Geloof en theologie
De term ‘theologie’ wordt tegenwoordig grotendeels gelijkgesteld met het beroep van theoloog. Zij verrichten belangrijk en vaak gewaardeerd werk, waarvoor zij hier en daar ook vorstelijk worden beloond. Gezien de huidige ontwikkelingen zal dit beroep niet op dezelfde manier kunnen voortbestaan. Als de financiering wegvalt, stort het geheel in. Plotseling is er vraag naar andere vaardigheden, naar een ander type mens dat bereid is om in de gemeenschap te investeren en bijvoorbeeld ook een deel van zijn levensonderhoud zelf te bekostigen.
Theologie als opleiding die mensen leert om op een genuanceerde manier om te gaan met levensvragen en geloofsvragen, blijft uiteraard belangrijk. Het beroep van ‘theoloog’ zal echter waarschijnlijk veranderen. Misschien moet het meer een roeping dan een beroep worden. Nu al zijn er steeds meer theologen die buiten de institutionele kerken werken. Onder de noemer ‘Public Theology’ is een groeiende groep theologen direct in de samenleving actief. Zij hoeven niet langer lid te zijn van een kerk, noch staan zij ergens op een loonlijst van een kerk of vrije kerk.
Voor de huidige ‘leken’ gelden precies dezelfde eisen. De tijden waarin men alleen nog maar kon consumeren, waarin men de krenten voor zichzelf uitkoos en de gemeenschap alleen zag als een taak van de kerk en de professionals (de ‘anderen’), zijn voorbij. Voorbij zijn de tijden waarin men ‘kerk speelt’. Doorslaggevend zal het vermogen zijn om ‘actief en verantwoordelijk samen met anderen kerk te beleven’ en hoe dat eruit kan zien.
Sommige mensen kunnen zich een ‘geloofsgemeenschap’ alleen maar voorstellen in een ‘echt’ kerkgebouw. Ze hechten aan rituelen en bestaande structuren. Maar wat gebeurt er als deze gebouwen en structuren niet meer in stand kunnen worden gehouden omdat het geld daarvoor ontbreekt? Wat dan? Hoe wil men dan zijn geloof vormgeven?
Geloof is niet hetzelfde als theologie. De kerk bestaat niet vanwege de theologie, niet vanwege de theologen, maar vanwege de gelovige, zoekende en vragende mensen. Een gemeente is in de eerste plaats een gemeenschap van gelovige mensen. Geloof kan hopelijk door iedereen worden beleefd en gedeeld. Theologie wordt slechts door enkelen beoefend. Theologen hebben een taak te vervullen voor de gemeenschap. Hoe dat precies gebeurt, mag het onderwerp zijn van een eerlijke discussie.
- Hoe moet de verandering binnen de kerk (in positieve zin) worden begrepen?
- Welke gevolgen heeft dit voor de bestaande structuren?
- Hoe zou een geloofsgemeenschap van de toekomst eruit kunnen zien?
- Welke rol kunnen theologen in de toekomst spelen?
- Welke gevolgen hebben deze veranderingen voor gelovigen en theologen?
- Wat is het doel van een geloofsgemeenschap?
Vragen over vragen! Je moet uitgangspunten vaststellen en je al vraagstellend verder bewegen. Christendom kan bijvoorbeeld alleen worden gekoppeld aan Christus. Ontbreekt deze verwijzing, dan is er geen sprake meer van christendom. Het begrip van wie Christus is, kan logischerwijs alleen uit de Bijbel worden geput, of men neemt genoegen met een heel andere definitie. Ook hier moet men bewust de hoekstenen vastleggen. De vanzelfsprekendheid van de verbanden, de uitleg en de daaruit voortvloeiende geloofssystemen zal in de toekomst waarschijnlijk steeds weer in twijfel worden getrokken. Nieuwe geloofsgemeenschappen (Kerk 2.0) zullen zich ontwikkelen vanuit andere paradigma’s. Welke zijn dat en hoe kan men daarover nadenken, ze vormgeven en gezamenlijk vormgeven?
Het verschil tussen theologie en geloof is belangrijk. Ze mogen wel bij elkaar horen. Hoe deze begrippen in tijden van verandering en met het oog op een nieuw soort geloofsgemeenschap vorm krijgen, is een taak waarover we alleen in het hier en nu kunnen nadenken.
Deze tekst verscheen voor het eerst op 6 oktober 2023 en is hier, in licht gewijzigde vorm, opnieuw gepubliceerd.

